Terwijl ik aan het blokken was voor mijn examens las ik een mooie quote, khoop dat de quote niet te hoog gegrepen is voor de fundalize lezen. Kheb hem wel niet zelf geschreven, maar vond het de moeite waard om eens te posten. Al heb ik bij sommige dingen wel een kleine verduideling bij geschreven.
Als je geen fan bent van wat zwaarder lectuur raad ik aan nu te stoppen met lezen.
De quote kijkt naar de intergenerationele solidariteit vanuit het kader van de ruiltheorie en gaat er vanuit dat die niet gebaseerd mag worden op een loutere economische transactie.
Lijkt me ook hedendaags , zeker met de vergrijzing en het feit dat iedereen oud wordt en je in die zelfde positie ooit terecht komt.
Het is een volstrekt origineel model om de maatschappelijke samenhang te verstaan: de maatschappij steunt namelijk op de verplichting te geven, om te ontvangen en terug te geven. Ongetwijfeld is deze gift niet belangeloos: wie geeft, zal worden geëerd, des te meer naarmate zijn gift groter is en eventueel niet kan worden teruggeven. In de logica van de gift steekt een wederkerigheid maar niet die van een zorgvuldig afgewogen equivalentie, die bij de economische ruil wel van tel is. Zo kan je bij de kapper je haar laten knippen voor een vooraf vast gelegde waarde. Bij de sociale ruil is: gift en tegengift vaak heterogeen, zo kan een tegengift meer van waarde zijn dan de oorspronkelijke gift. Als je iemand zijn notities leent , hoeveel is dit waard? Als jij als wederdienst hem een boek terug leent, is dat van even grote waarde? Of is het meer waard?
Er wordt ook niet gegeven met het oog op een tegengift en zeker niet op het realiseren van een meerwaarde. In de relaties tussen jong en oud vindt men deze kenmerken terug. Door ons het leven te geven en ons in te leiden in een bepaalde cultuur, hebben onze ouders ons een schuld achtergelaten, die wij nooit kunnen inlossen. Deze schuld daagt ons uit tot een solidariteit.
Ongetwijfeld is in onze individualistische maatschappij het bewustzijn van onze schuld ten aanzien van onze vroegere generaties min of meer verdrongen. De hele maatschappelijke context zet ons ertoe aan te leven met het zicht op de toekomst, niet op het verleden. Ons vooruitgangsoptimisme doet ons denken dat er technische oplossingen kunnen worden gevonden voor al onze problemen en met de snelle evolutie van de wetenschap en techniek kunnen ouderen ons daarbij niet meer helpen.
Dit gebrek aan ontvankelijkheid voor de wijsheid van ouderen steunt niet alleen op een foutieve redenering, maar leidt pas echt tot verwaarlozing van onze plicht tegenover ouderen. Onze solidariteitsplicht wordt immers niet uitgeput door het zorgen voor een behoorlijk pensioenen een televisietoestel om de lange avonden te vullen.
Mensen worden pas echt oud als niemand meer iets van ze verwacht, als ze van het spel van geven en teruggeven worden uitgesloten, als de verplichting om te geven volledig wegvalt. (Solidariteit met ouderen als gift,Vandevelde)
|