De blinde man die het ogenschijnlijk niet zag aankomen. |
869 views | ||
| door brugesboytillidie op za. 24 jul. 10 om 11:06 | |||
|
');
// --> Wederom zat ik op een trein. Met een nieuw literair werk van de hand van één der mijn grote voorbeelden plantte ik mijn billenpartij neer in de groenlederen zetels die kreunden onder de warmte van een nieuwe zomerdag. Terwijl ik de eerste pagina’s door mijn vingers liet bladeren, maakte een stekende pijn zich meester over mijn linkerscheenbeen. Verschrikt keek ik op naar de oorzaak van deze kwelling: een man met een gezegende lengte van nagenoeg één meter 94, een wazige blik over zijn gelaat en een stok in zijn rechterhand keek verbouwereerd rond. Hoewel kijken hier misschien niet het meest gepaste woord is. In één oogopslag had ik door dat het hier een blinde man betrof, waardoor hij zich ogenblikkelijk vrijwaarde van een slag op zijn kanis. Zelfs ik laat mijzelf geregeld meeslepen door de gangbare normen en waarden en zal enkel een onaangekondigde klap uitdelen aan mijn opponent met stalen biceps en een forse borstkas, indien deze in een moment van onoplettendheid zijn rug in mijn richting keert. Als ik echt in vorm ben zal ik zelfs in zijn achillespezen bijten. Na enkele stations voorbijgesneld te hebben, en de normale vertragingen te hebben opgedaan, begon de blinde onrustig heen en weer te schuifelen en zonder enig ritme met zijn stok tegen alles aan te timmeren. Mijn opperste concentratie werd dusdanig op de proef gesteld en wederom diende ik mijn vuisten tot kalmte aan te manen. De frustratie zoog mijn aandacht immers weg van de dansende letters voor mijn ogen, en daar kan ik hoegenaamd niet tegen. Op de koop toe sprak de man mij met een zekere arrogantie aan, hij wilde weten waar we ons intussen bevonden. Op een vriendelijke, en beleefde manier repliceerde ik dat we ondertussen waren aangekomen in het station van Kapellen. Een dankjewel was klaarblijkelijk ook teveel gevraagd, en uit zijn blik sprak ook al geen erkentelijkheid. In mezelf brommend, trachtte ik mezelf opnieuw te focussen, de blinde vervloekend omwille van zijn onbeschoftheid. De man draaide zijn hoofd voortdurend in mijn richting. Hij leek, met een zekere minachting, te onderzoeken waarmee ik mij bezighield “Lezen, lul, ken je dat?” Uiteraard dacht ik dit niet hardop, en ik berispte mezelf omwille van deze stoutmoedige gedachte. De man bleef zenuwachtig schuifelen en bewoog steeds verder naar het midden van de gang. Ik legde mijn hand reeds ter bescherming op mijn scheenbeen. Klaarblijkelijk was dit louter om af te stappen, want de blinde stond strompelend recht en wandelde naar de deuren van de inmiddels gestopte trein. “Dag beste man,” riep ik mijn reisgezel welgemeend na, waarop deze van verbijstering van het smeedijzeren trapje donderde…. Met een blauw oog als enig noemenswaardig gevolg. origineel gepost op http://zwaffelijzer.wordpress.com/ |
|||
Tags: Blind, man, trein, zwaffelijzer |
|||










