Waar het hart van vol is |
800 views | ||
| door Sylar op ma. 19 apr. 10 om 22:45 | |||
|
');
// --> Naar het einde van de straat toe hoor ik een haan, in de afwezigheid van diens hen, eenzaam en alleen in de schemerschijn van een straatlamp kraaien. Het is een uur of zes ’s morgens, en bij het horen van het ophitsende gekraai, doe ik spontaan mijn ogen wijd genoeg open, om te zien of ik door de kille nacht niet blind ben geworden. Ik ben nog geen minuut wakker en het is al wéér van dat: ik zie haar schoonheid in de weinig zeggende kleur van mijn amper verlicht plafond weergalmen. Haar schaduw danst doorheen de muren, alsof ze mij tot een dans wil verleiden, en mijn ochtendhumeur probeert te bestrijden door allerlei passionele houdingen aan te nemen. Het kan dan misschien erg gesteld zijn met mij, maar ik durf er al mijn zintuigen op wedden dat iemand onder jullie reeds hetzelfde heeft meegemaakt, hetzij nog serieuzer dan ikzelf of niet. Ik durf zelfs mijn hart in te zetten, die amper een paar dagen geleden nog gevuld was met een hartstochtelijke zoete likeur, maar nu jammer genoeg bitter is geworden. Ik kan haar maar niet uit mijn hoofd zetten, hoezeer ik het ook probeer, nothing seems to work. In plaats van het geïrritante gezoem van mijn ringtone, hoor ik haar stem, die mij in een gelukzalige staat laat ontwaken. In plaats van alleen maar mijn wanstaltig gedaante in de spiegel zie ik haar gelaat op de achtergrond verschijnen, zachtjes porrend in mijn rug, een knuffel waarvan ik hoop dat ik ooit de druk van haar handen op mijn schouders zal kunnen voelen. Een wanhopig stukje schroot, zo voel ik me, die na tijdelijk gebruik, zonder herinneringen of iets in de vuilnisbak werd gegooid. Toch zal ik een manier weten te vinden om het lijden van mij af te kunnen schudden. Een schampere troost vind ik alsnog in het feit dat mensen, min of meer met vergelijkbare problemen, komen en gaan. Ze begeven zich naar links en rechts, naar voor en achter, naar beneden, maar tot zover de stofwolk vanuit het smulderende IJsland niet opgeklaard is, nog niet helemaal naar boven, tenzij tot op een respectievelijk kleine hoogte. De dag loopt stilaan ten einde, en als de zon tenonder gaat en de vogelen hun laatste liederen aan het fluiten zijn, denk ik nog even aan haar, om de naderende afwezigheid van licht te relativeren en met volle moed voor te kunnen bereiden. Ik sluit even mijn ogen, om stiekem vooruit te kunnen kijken naar wat ik mijn komende droom om zou kunnen buigen, en als ik ze weer open, is het licht inmiddels verdwenen. Alleen in de verte zie ik wat lichtpuntjes, en ik wacht, langzaam maar vastberaden, tot ze één voor één uitgedoofd zijn, zodat ik met een gerust hart mijn droomwereld, hand in hand met u, kan betreden. Het is erg gesteld met mij, ik weet het, en ik weet eveneens maar al te goed dat morgen mij precies hetzelfde op te wachten staat, misschien vergoten in een totaal andere vorm dan dat het zich vandaag had voorgedaan. Dit zal blijven duren tot er iemand anders mijn droomwereld op stelten zal zetten, en mijn hart weer eens zal kunnen genezen, om het vervolgens na een tijdje weer over te laten lopen met een bittere likeur van versmachtelijke liefde. Tot dat moment blijf ik mij verbergen van de werkelijkheid, sluit ik mij op in deze illusie van goedgelovigheid. Ik ben geen pluim beter als de haan die mij 's ochtends gewekt heeft: ik probeer net zoals hem naar aandacht te kraaien, troost te zoeken omwille van de hen die ik verloren heb door opnieuw op te zoek te gaan naar een onuitputtelijke bron van inspiratie, naar een muse waar mijn hart van vol kan zijn. |
|||
Tags: blog.sylar |
|||












