Weblog
Eerste blog (onderwerp: Liefde) op di. 16 nov. 10 om 21:50
Er was eens...
Nee, nee, nee, zo gaan we niet beginnen!
Op een natte maandag...
NEE! Te klassiek!
De storm liet vermoeden dat er iets zat aan te komen.
SAAI! Laat mij maar:
Alle verhalen beginnen als hierboven, maar het mijne begint waar het echt begonnen is.
Het begon op het toilet.
âIk drink nooit meer!â kreunde ik, maar vanbinnen wist ik dat ik loog. Ik zuchtte, stond op en stak een sigaret op. En voor de zoveelste keer dacht ik aan haar...
Ik wreef over mân ongeschoren kin. Ik droomde weg over manieren om haar voor mij te winnen. Ik zou versgeschoren, pas gewassen met een of ander chic parfum aan en een bos bloemen in de hand kunnen aanbellen. Of misschien zou ik haar gewoon eens kunnen bellen...
Maar ik kan het niet. Wat als ze verhuist is, een nieuw telefoonnummer heeft, of erger, me afwijst? Het besef zou te zwaar zijn. Het besef dat er geen kans meer is zou me kapot maken, ik zou mezelf erdoor kapotmaken of zij zou mij kapotmaken, het is maar uit welk standpunt je kijkt. Maar ik begin langzaamaan te beseffen dat de vrees voor een soortgelijk besef als gevolg heeft dat er geen kans meer is, en dat mijn vrees dus waarheid wordt. En dat maakt me natuurlijk ook kapot. Dus begin ik meer en meer vanuit een nu of nooit situatie te denken. Ik moet nu handelen, terwijl ik er nog toe in staat ben, Ik moet nu haar hart voor me winnen, voor het te laat is.
Ik sta op, neem een besluit en ik ga naar buiten. In de verte hoor ik een vogel fluiten. Ach vogel, mooie vogel, was ik maar als jij. Zefls als geen enkel vrouwtje zich aan je lokroep intresseert kun je nog altijd wegvlucht in vogelvlucht. Zo vrij als een vogeltje zal ik maar zeggen...
Ik probeer mezelf wat moed in te spreken, gewoon eens bellen hoe het met haar gaat, een echte confrontatie kan altijd later nog. Gewoon eens bellen om te weten hoe ze reageert op het feit dat ik leef, ik besta en ik aan haar denk. Maar dat is mijn hoofd die die dingen zegt, in mijn hart weet ik dat ze me nooit zag staan, me nooit ziet staan en me nooit zal zien staan. Ze zag me niet op die manier, en nu wil ze me helemaal al niet meer zien.
Maar ik moet het weten, ik moet.
Maar vandaag is misschien net niet de goeie dag.
Ik steek nog een sigaret op, loop naar binnen en haal de fles vodka uit de ijskast.